De plastic soep is hot!

Vanmorgen, onderweg naar de supermarkt voor de wekelijkse boodschappen, kom ik op mijn weg daarheen, 2 verdwaalde petflessen tegen. Zomaar in de goot, dopje tegen dopje. Een paar honderd meter verder realiseer ik, het is toch godgeklaagd, een verrekte teringbende maken ze ervan, met die verrekte kut flesjes.

En serieus, ik ben voor het eerst in mijn leven omgedraaid voor de teringzooi van een ander. Nee, niet om het op te ruimen, ben me er zot, zie ik zo bleek? Nee, ik dacht, laat ik ook eens een statement maken!

Ik heb het cola-light en spaatje blauw flesje op de stoeprand staande gezet. Gewoon, een beetje gebroederlijk naast elkaar. Maar wel een metertje of wat ertussen. Ik wil het toch niet meemaken dat we straks een spaatje cola blauw bastaardje tegenkomen in de super.

Een net passerende pensionado, op zo’n elektrieke fiets (ook een zoiets moois), zie ik nog wel even zijn kop omdraaien. Maar hij tuft gewoon door. Vroeg zich waarschijnlijk af waarom die mafketel zijn alarmlichten niet heeft aanstaan zo midden op de weg geparkeerd. Ik knik hem nog even vriendelijk toe zo van, zak lekker in een wak. Opa!

Naarstig op zoek naar pen en papier

Terwijl ik die ouwe toeknik schiet me een briljant idee te binnen. Ik stop die pet dingen een briefje in hun reet. “Help!!!” Maar helaas, een papiertje kreeg ik nog wel gevonden, pennetje niet. Dan maar géén briefje. Fuck It!

Ik stap in mijn verkeerd geparkeerde, en nog altijd ronkende karretje, en tuf op mijn gemak naar mijn grootgrutter. De AH. Weten jullie dat ook weer.

Wanneer ik de straat uitrij en rechts, en meteen weer links afbuig, zie ik in de verte die ouwe fietsen. Ja heus, zeker al een 6-700 meter verder. Wat gaan die krengen hard! Zo een moet ik ook hebben! Scootertje eruit, e-bike erin. Ook weer goed voor het milieu.

De lege flessen vergeten!

Terwijl ik die ouwe in mijn achteruitkijkspiegel zie vervagen, besef ik me opeens dat ik vergeten ben de statiegeldflessen achterin te flikkeren. Nou ja, de volgende keer maar dan.

Ondertussen draai ik de parkeerplaats op bij de AH. Nou, nou, het is druk vandaag! Veel fietsen her en der. En van mij wordt weer eens verwacht dat ik netjes tussen de lijnen parkeer?! Nou ja, het zal allemaal wel!

Plastic boodschappenmandje

Godver de godver. Waar zijn alle karretjes? Sta dus voor een lege overkapping waar normaal de boodschappenkarretjes staan. Nou ja, dan maar een trolley (boodschappenmandje op wielen).

Vrijwel meteen nadat ik het klappoortje doorloop word ik overvallen door het besef. Het plasticbesef. Ik zie plastic boodschappenmandjes en trolleys. Ik zie een vrouw de lege flessenautomaat voeren met flessen. Plastic flessen! De krat met lege bierflesjes die ze onderin schuift, zijn dan weliswaar van glas, maar zitten wel weer in zo’n kunststof krat.

Het begint in te dalen

Overal waar ik kijk zie ik producten verpakt in plastic of verpakt in een of andere ondersoort ervan. Zelfs om het fruit, en de niet voorverpakte groenten, zit een cellofaantje. Een heel klein misselijk piepstemmetje in mijn hoofd begint te schreeuwen: “Negeren, negeren, het is al langer zo!!!”.

Voor het eerst realiseer ik me dat het stemmetje gelijk heeft. Ik besluit om mijn karretje maar gewoon, en op de ‘normale’ manier vol te kieperen, en te doen of ik achterlijk ben.

Bij de kassa, net nadat alles gescand is, en ik alles haastig in mijn boodschappentassen hebt gepropt, vraagt het vriendelijke meisje: “Heeft u een bonuskaart?!”. Even is er twijfel bij me om dat ding uit mijn portemonnee te toveren. Kut, dat ding is ook van plastic. “Nee, heb ik niet!” zeg ik.

Ze staan er nog

Normaal als ik de boodschappen doe, rijd ik in een rondje. Zie ik ook nog eens iets van de wereld! Maar goed, deze keer besluit ik om dezelfde route terug te nemen. Ben toch een beetje nieuwsgierig of die petflesjes er nog staan of dat iemand ze misschien heeft opgeruimd.

Wanneer ik dezelfde straat indraai, zie ik tot mijn stomme verbazing dat de flesjes weg zijn. “Wow, het werkt, dit ga ik vaker doen!”.

Wat eten we dan?

Eenmaal weer thuis, en terwijl ik de boodschappen in de keuken sta uit te pakken, hoor ik de voordeur. Vanuit de hal hoor ik mijn vrouw: “Ik ben er. Honger!”.

Na wat gerommel in de hal en de berging komt ze de keuken inlopen: “Wat eten we dan?” vraagt ze. “Soep!” zeg ik. “Tomatensoep”. “Oh lekker. Vers?”. “Nee, uit blik!”.

J.J. Koolmees

Over J.J. Koolmees

Onder het genot van een kop koffie schrijf ik gepassioneerd en vol overgave over de dingen die me in het dagelijkse bezig houden. Schrijven geeft me de rust om alles waarover ik een mening heb, dit ook eens allemaal van opzij te bekijken.

WebSite Twitter Instagram

Laat een reactie achter

avatar
1500
  Abonneren  
Abonneren op: